Waarom ik (niet) discrimineer

Nu discriminatie (al)weer onderwerp van gesprek is en mensen beweegt om massaal een vuist te maken, speelt het maar rond in mijn koppie. Ik leef nu ruim 50 jaar op deze aardkloot en qua discriminatie is er zo weinig veranderd. Dat stoort mij. Ik snap het niet. Iedereen is toch gelijk, zei mamma?

Waarom willen te veel mensen niet in de spiegel kijken? Waarom ontkennen mensen dat ze discrimineren? Waarom zien ‘witten’ niet hoe bevoorrecht ze zijn? Het antwoord zal wel liggen aan dat het nooit aan hun ligt, maar altijd aan anderen. We hebben het al zo zwaar, dus ga mij nou ook niet nog eens beschuldigen van discriminatie!

Je snapt, ik moet in de pen. Ik betrek het verhaal op mijn ervaringen, maar hoop dat anderen zich hierin erkennen, wat ogen te openen en zo een kleine positieve bijdrage te leveren aan een lievere wereld.

Bron: Bored Panda, foto van de protestmarsen van juni 2020

Ja, ik denk in hokjes

Met mijn inleiding scheerde ik al grote groepen over één kam en ja, ik denk hokjes. Ik kan niet anders. Zo is ons brein nou eenmaal ingesteld. Die van mij en die van jou waarschijnlijk ook. It sucks, maar het heeft ook een functie. Het maakt ons leven gemakkelijker. We willen ons immers niet twee keer stoten aan dezelfde steen… en daarover zeker niet te lang na moeten denken.


Hoe werkt ons brein?

Begin dit jaar ben ik voor mijn zakelijke blog eens gedoken in hoe onze hersenen werken. Neuromarketing speelt met onze hersenen en spelen vooral in op onze primaire behoeften om ons lekker te voelen en te overleven. Denk aan eten te vergaren of hebzucht, ideaal voor de marketing.

Ons brein slaat alle belangrijke informatie hiervoor en voor andere zaken op. We doen dit in categorieën en dus in hokjes. Deurtje dicht, etiketje erop en verder met waarmee we bezig waren. Uiteindelijk worden dit automatisch op te roepen paden om onszelf te beschermen (of juist niet) en te overleven. Hoe vaker we een bepaalde ervaring hebben en een bepaald pad nemen, hoe onbewuster we handelen.

Het ontvangstcentrum, het reptielenbrein

Onze prikkels komen eerst in het oudste gedeelte van onze hersenen, helemaal achterin. Dit is de hersenstam en ligt onderin ons achterhoofd. Dit deel wordt ook wel het reptielenbrein genoemd, onze automatische piloot. Het zorgt dat we ademen en de wil om pijn, opsluiting en de dood te voorkomen. Het zorgt ook dat we naar eten en naar genot zoeken.

Het reptielenbrein werkt met associaties. Ruiken of horen we iets, denken we opeens aan iets van vroeger. Meestal zijn dit geluksmomentjes, soms een ernstig trauma.

Door naar het zoogdierenbrein

Vervolgens gaan onze prikkels iets verder naar voren, naar ons emotionele brein (zoogdierenbrein, limbisch systeem). Ook dit is een heel oud deel van onze hersenen en is betrokken bij emotie, motivatie en ook weer bij genot. Emoties komen vooral uit het reptielenbrein dus heeft dit deel het erg druk met emoties uit het reptielenbrein om te vormen en slaan dit op als onze herinneringen.

De prikkels worden hier nog steeds onbewust (intuïtief) verwerkt en gematcht aan onze eerdere ervaringen. Misschien zelfs met genetisch doorgegeven kennis, who knows? In het zoogdierenbrein worden emoties als angst, boosheid en blijheid aan de prikkel gekoppeld.

Dit is waar onze hokjes vorm krijgen!

Dan de neocortex

Dit is het het rationele brein, het deel waarmee we alles goed weten te praten. Dit deel heeft nog maar weinig invloed op hoe we prikkels verwerken, vijf procent wordt beweerd.

De neocortex geeft ons een intellectueel alibi, waarmee we ons kunnen verdedigen en verantwoorden… vooral naar onszelf. Het helpt ons onze cognitieve dissonantie weg te redeneren. Dag schuldgevoel.

Dus ik denk in hokjes

Waar het eigenlijk op neerkomt is dat onze hersenen lui zijn. We kunnen niet alles en iedereen apart opslaan. We denken in hokjes, dus in groepen. We scheren daarmee individuën over één kam. Niet omdat we dat willen, maar omdat onze hersenen zo werken.

We doen dat niet met de mensen die heel dicht bij ons staan. Die krijgen ieder een eigen hokje. Maar de rest verdwijnt op een grote hoop en krijgen allemaal dezelfde eigenschappen en kenmerken toegedicht.


Ik ben wit

Nu ben ik ‘wit’, opgegroeid in een tijd met alleen nog ‘witte’ scholen. Een tijd waar witte mannen al voor hele lange tijd de dienst uitmaakten, een tijd waarin zij bepaalden hoe we met elkaar omgingen en dat met name op het gebied van politiek, werk en zaken doen. Een tijd die nog steeds op veel vlakken voortleeft.

Iedereen is gelijk

In dit tijd leerde ik van mijn moeder dat iedereen gelijk was (is), wat ooit voor een heel angstig moment zorgde. Het is één van de weinige herinneringen die ik heb van toen ik kleuter was. Ik was met mamma in de stad en zat op een ophoging voor een étalagepop in de V&D te genieten van mijn ijsje terwijl ma rondkeek.

Opeens zag een heeeeeeele grote ‘gehandicapte’ jongen mij. Ja, zo noemde je toen nog mensen met het syndroom van Down. Deze jongen vond mijn ijsje enorm interessant en kwam recht op mij af. Ik vond het enorm eng, maar weet nog dat ik dacht: iedereen is gelijk! Wat er toen gebeurde, dat staat mij minder bij. Volgens mij riep zijn moeder hem of nam zij hem mee. Ik kon weer verder met mijn ijsje.

Emancipatie speelde nog een rol

In die tijd was emancipatie trending topic. Vrouwen stemrecht was toen niet eens zo heel lang al ingevoerd. Baas over eigen buik, vrouwen zonder BH, weet ik veel. Het was de tijd van de hippies waarin veel veranderde.

Ik weet dan ook niet beter dan dat iedereen gelijke rechten en plichten heeft. Ook het recht om te kiezen voor traditionele rollen. Een man mag de deur voor mij open houden, maar hoeft dat niet omdat hij een man is en ik een vrouw. Ik mag het huishouden doen, maar niet omdat ik een vrouw ben. Keuzevrijheid is keuzevrijheid.

Ik koos een man voor wie het ook normaal was om traditionele vrouwentaken te doen, dus emancipatie was nooit een onderwerp. Teleurstellend is het dan om te beseffen dat het door #metoo toch weer een topic is en ook het besef dat vrouwen nog steeds minder verdienen dan mannen. Hoe dan?

Iedereen is niet gelijk

Vervolgens word je ouder en bewuster van onze verschillen. Je word je bewust van mensen die zich anders gedragen en mensen die anders denken. De één gedraagt zich a-sociaal, de ander voelt zich beter dan de rest en de volgende zegt lelijke dingen over anderen. Dat deed en doet mij pijn. Iedereen is gelijk, zei mamma.

Ik had zelf alleen ‘witte vrienden’. Ook wat ‘indo’s’, maar dat waren ook net Nederlanders. Andere culturen kende ik niet. Niet omdat ik niet wilde, maar vriendschap ontstaat toch spontaan, door een soort aantrekkingskracht? Je zoekt mensen niet echt uit, maar mensen die elkaar snappen en in de zelfde belevingswereld leven komen eerder op je pad. En mijn belevingswereld waren mijn hobbies, school en alles wat bij de puberteit hoorde.

Hoe kan ik dan als ongelovige nu iemand snappen die naar mijn mening gebukt gaat onder het geloof en de harde hand van haar vader (vooroordeel), of met iemand die leeft volgens voorgeschreven regels? Ik kan niets met indoctrinatie, ik wil dat niet eens snappen.

Met alle wil in de wereld kan ik mij nooit echt in haar of zijn schoenen verplaatsen. Dus ik snap wel dat veel nieuwe Nederlanders mij niet uitkozen als hartsvriendin.

Positieve discriminatie is ook weer niet goed

Ik had een klasgenoot waar ik veel mee optrok. Wij reisden samen dagelijks naar onze school in Rotterdam. Zij vertelde mij dat de vriend van haar zus ‘een kleurling’ was en last had van discriminatie. En dat dus ook dat positieve discriminatie niet fijn was.

Zij kwam met een verhaal over ‘witten’ die de deur voor hem open hielden, speciaal voor hem. Omdat hij anders was, ‘zwart’ was. Nu houd ik voor iedereen de deur open, maar ik snapte wel wat ze bedoelde. Ook mijn brein doet bij sommige mensen toch echt andere dingen.

De politiek veranderde

Opeens was er een politieke partij die vond dat Nederland vol zat. Kennissen die Janmaat heetten, waren opeens niet meer blij met hun achternaam. Pim Fortuin volgde en tot mijn schrik hoorde ik pa een uitspraak doen waardoor ik vreesde dat hij op deze man zou stemmen. Mijn tante was helemaal blijven hangen in dat ‘ze’ niet eens Nederlands spraken. Iets van tig generaties terug, of zoiets. Dat doet pijn!

Vervolgens kwam Wilders en die maakte het er op zijn zachtst gezegd niet beter op. “Maar de man zegt wel wat het volk denkt.” Moet ik dat dan als iets positiefs zien? Ik weiger. Zeker als ik denk aan: stemmingmakerij en groepsdynamiek.

Iemand vertelde mij ooit dat in Suriname nogal wat onrust en negativiteit was tussen bepaalde groepen. Suriname is immers nogal een mengelmoes van culturen. Voormalige slaven, Chinezen, Javanen, Hindoestanen… misschien nog iemand van de oorspronkelijke bevolking, heel veel in ieder geval. Uiteindelijk hebben ze besloten dat het zo niet langer kon en sindsdien is er veel meer harmonie. Het kan dus!

Of dit verhaal klopt, dat maakt mij niet uit. Ik wil dit gewoon graag geloven.

Chinese stagiaire

Op ons werk hadden we een stagiaire. Als bijbaantje hielp hij zijn ouders in het restaurant. Ik vraag wat voor restaurant. Zijn antwoord: “Wat denk je?”

Het is ook nooit goed.

Dus niet iedereen kan een tuinbroek aan?

En vervolgens kwam ik in één van de meest gemêleerde wijken van Den Haag te wonen. Ik denk dat ieder land hier wel vertegenwoordigd is en soms doen de etensgeuren het water je in de mond lopen. En ergens ben ik enorm trots op mijn wijkje.

Ik kwam erachter dat ‘zwarten’ zichzelf zo noemden. Iets wat ik niet geleerd had en niet zou durven. Nu doe ik het voor de verandering in dit blog wel.

Op een dag loop ik op straat in mijn tuinbroek. Een man geeft mij spontaan een complimentje en voegt daaraan toe dat hij geen tuinbroek aan kan. Ik reageer met een verbaasde frons. Zijn antwoord: “Ja, denk aan ons verleden.”
Fuck, deze man is ‘zwart’ Nance… en zijn voorouders waren vast slaven. En ja daar is het plaatje. Auwwwww!

Gelukkig zie ik ook hier en daar wel een ‘zwarte’ in een tuinbroek en staat het hem of haar geweldig. Maar dit deed pijn. Ik voel slavernij nog steeds als iets dat wij ‘witte’ Nederlanders deze mensen hebben aangedaan.

Nederlandse achternamen

Nog zo’n dingetje, Nederlandse achternamen. Ik ontmoette ooit een ‘zwarte’ man met geweldige dreadlocks, zijn achternaam was Westenberg. Deze man was echt zwarter dan zwart. Nu wist ik dat veel tinten ‘zwart’ ontstaan zijn door het extreem pijnlijke feit dat de slaveneigenaren seks hadden met de slaven. Al denk ik dat ‘seks’ niet het goede woord is. Op zich al iets waar je als vrouw al een knoop van in je maag krijgt. Maar het kon nog erger.

Ik vroeg hoe het kwam dat hij zo’n Nederlandse achternaam had. Hij vertelde mij dat de slaven de achternaam van hun handelaar (of eigenaar) kregen en hiermee ook een stuk van hun identiteit verloren.

Weer zo’n dingetje dat ‘iedereen is gelijk’ eigenlijk niet zo is of niet zo eenvoudig is als deze stelling lijkt. Die ongelijke bagage. Hoe dan?

Wat ik wel heel mooi vond was de reden waarom hij nog zo intens ‘zwart’ was. Hij vertelde hoe zijn voorouders in Suriname de bossen (lees: oerwoud) in waren gevlucht. Daar lange tijd verstopt bleven en zo nooit of heel kort als slaaf hadden gewerkt. Yes! Hier werd ik weer wat blijer van. Lekker puh, voor die klootzakken van handelaren.

Nooit heb ik dit op school tijdens de geschiedenislessen iets over geleerd.

Niet mee naar de zon

Ondertussen is mijn vriendenkring wat verrijkt. Ik heb een vriend die je ‘Suri’ mag noemen en wat kennissen uit dezelfde windhoek. Persoonlijk vind ik het hele wijze mensen, waar ik veel van kan leren.

Ik was op vakantie in zuid Europa en belde met die vriend. Hij wilde graag ook weer eens met vakantie, maar werkt veel te veel. En dus nodigde ik hem uit om samen naar Gran Canaria te gaan. Goed weer, luieren, winkelen, wandelen… alles kan daar. Maar dat bleek geen goed plan. Ik vroeg waarom niet. “Weet je hoe zwart ik dan wordt?”, was het lachende antwoord. Zucht. Nieuw hokje?

Op het strand zaten vroeger toch ook ‘zwarten’?

Op huizenjacht

Deze zelfde vriend was afgelopen jaren op huizenjacht. Hij zocht een huurhuis in de vrije sector. Dat bleek niet makkelijk voor een ‘zwarte’. Uiteindelijk kwam hij in gesprek met een verhuurder die hem eerlijk vertelde dat hij in het verleden problemen met ‘zwarten’ had gehad. Daarom wilde hij liever geen ‘zwarte’ huurders meer.

Dit hokje helpt de man om uit de problemen te blijven.

Toen ik dit verhaal hoorde, realiseerde ik mij dat ik ‘witten’ indeel naar gedrag en ook leeftijd, misschien ook naar geloof, opleiding of sociale klasse. De ‘niet-witten’ deel ik in op ras of land van herkomst. Lekker makkelijk, maar wat weet ik nou eigenlijk om deze mensen beter in te delen?
Bovendien moeten alle hokjes wel ongeveer gelijk gevuld worden. Dus de groepen moeten ongeveer even groot zijn en aangezien de ‘witten’ toch in de meerderheid zijn, moet ik die wel onderverdelen en de rest niet.

Zoiets toch? Dit is wel wat op onbewust niveau in mijn hoofd afspeelt. Gelukkig heb ik nog andere hersendelen om uiting te geven aan deze denkwijze. Jij ook?

Vrij recent hoorde ik dat Anne Frank dit ook heeft opgemerkt. Ik ben niet uniek dus, jammer dat aan deze wijsheid van Anne zo weinig aandacht wordt geschonken.

Marokkaanse buren

Dit moet ik echt nog even kwijt! Mijn vriend overleed een kleine twee jaar geleden. Hij poetste vaak de auto, een soort therapie. Op straat maakte hij dan met iedereen een praatje en leerde zo de hele buurt beter kennen.

Na zijn overlijden waren het de Marokkanen die mij regelmatig vroegen hoe het met mij ging. Dat deden anderen ook, maar zij voegden er altijd aan toe dat als er iets wat ik aan de bel mocht trekken. Hele bijzondere sociale mensen zijn het, waar wij ‘witten’ nog veel van kunnen leren. Alleen ik had geen benul wie wie was.

Ook van mijn kersverse nieuwe buurman van Perzische afkomst, kunnen wij ‘witten’ nog wat leren. Hij bood bij onze kennismaking al direct zijn hulp aan om mijn zooi naar de kelder te brengen, mij te helpen met de dingen waar ik maar niet doorheen kwam. ‘Daar zijn we buren voor’, zei hij.

Niet veel later had hij aan het begin van de Corona-crisis beneden een briefje opgehangen met zijn telefoonnummer. We konden hem bellen als hij ons ergens mee kon helpen. Dit heb ik nog nooit eerder gezien. Dit raakt me.

Kwestie van opvoeding?

Zwarte Piet

Liever begin ik hier niet eens over, maar ik ontvriend toch echt iedereen die lelijk doet over anderen. Over anderen die dit niet veroorzaken door hun gedrag. Als je niet snapt dat kinderen last hebben van ‘Zwarte Piet’, dan rijkt voor mij je empathie niet verder dan je voordeur. Selectieve empathie, heb ik dat genoemd. Wegwezen.

Als we met zijn allen op vakantie gaan en iemand van de groep voelt zich naar, dan doen we met z’n allen ons best dat deze persoon zich weer goed gaat voelen. Waarom zorgen we dan niet voor deze kinderen van onze samenleving? Een kind gelooft maar een paar jaar in Zwarte Piet. Binnen tien jaar hadden we een geheel nieuw concept kunnen introduceren.

Liever betrekken we zaken op onszelf en schieten in de verdediging. Het ligt dan ook altijd aan de anderen.

Dus exit… einde vriendschap. Niemand is perfect, maar dit trek ik niet.

Je zal maar ‘zwart’ zijn in de VS

Afgelopen weken heb ik al kwastend naar veel documentaires op Netflix geluisterd. In Amerika zaten 700 man op de doodstraf te wachten. Verkeerd veroordeeld op basis van ooggetuigen in de tijd dat DNA-testen nog niet bestonden. Veel waren ‘zwarten’ en de ooggetuigen ‘witten’.

Hoe kan dit? Doordat ‘witten’ ‘witte’ gezichten goed kunnen onderscheiden, bij ‘zwarten’ falen we. Doordat ‘witten’ met ‘witten’ opgroeien en ‘zwarten met zwarten’.

Discriminatie - Column - Nancy Moorman, Contentmaker met inhoud, Den Haag

Daarnaast heb je in Amerika, en vast ook andere landen, het als ‘zwarte’ gewoon niet makkelijk. Mensen zijn bevooroordeeld en staat je wieg in de verkeerde wijk, nou succes. Je moet als kind en puber wel heel stevig in je schoenen staan, wil je je niet mee laten slepen door verkeerde vriendjes. Als je ouders dan ook niet de perfecte ouders zijn, dan is de kans groot dat je het niet redt.

De gevangenissen daar helpen ook al niet. Gemiddeld ruim 5.000 gevangen per gevangenis en geheel ander regiem dan hier, waar er ook nog eens veel minder in één gevangenis zitten. Je bent een held als je daar als beter mens uit de gevangenis komt.

Wij ‘witten’ hebben dan makkelijk oordelen, maar je wieg zal er maar staan.

Knuffel ‘zwarten’

Na de documentaires ben ik lukraak wat series gaan luisteren. Uiteindelijk ook Dynasty. Te slecht om naar te kijken, maar als luisterboek best aardig. Het is een geheel nieuwe serie op basis van de oude. Alleen nu met twee ‘zwarte’ hoofdrolspelers. En zowaar zijn er twee Crystles en komen ze uit Latijns-Amerika.

Ik krijg hier een naar gevoel van. Niet omdat deze mensen geen hoofdrol mogen, maar omdat ze gecast zijn om om een een weerspiegeling van de bevolking te zijn. Positieve discriminatie. Het is schijnbaar broodnodig.

Ik ben bevoorrecht

Ja, maatschappelijk gezien ben ik bevoorrecht. Ik ben ‘wit’ en heb het hierdoor een stuk gemakkelijker.

Iedereen is gelijk, maar mijn oudste brein vindt van niet. Ook al doe ik er alles aan om niet te discrimineren, een heel klein beetje zal ik zeer waarschijnlijk toch doen en altijd blijven doen. Onbewust en misschien ook bewust. Ik gebruik mijn filters om mijn hokjesdenken te pareren, maar of dat altijd lukt?

Daarnaast moet ik wel. Een Chinees werkt bij de Chinees, niet iedereen kan mentaal een tuinbroek aan en niet iedereen wil mee naar de zon vanwege zijn huid… er zijn verschillen. We kunnen deze verschillen niet allemaal kennen, maar we kunnen wel lief zijn voor elkaar.

Toch denk ik dat het erkennen van mijn voorrechten en het feit dat mijn brein neigt tot discrimineren, mij de goede richting op wijzen.

Maar kan ik de pijn voor anderen verzachten?

Ik heb hoop

Toch hoop ik dat discriminatie, het neerkijken en lelijk doen over anderen, mens bewust pijn doen omdat ze anders zijn, ooit niet meer bestaat. Dat het net als emancipatie voor mij geen topic meer is, onze tweede natuur. Emancipatie daar denk ik niet eens bij na. Dat zou voor het denken in rassen en kleuren ook niet meer moeten.

Laat ook die dag maar heel snel komen. Voor jou, voor mij en alles dat leeft.

Ik sluit af met deze tekst van Banksy. Wat kunnen wij doen om de pijn de wereld uit te helpen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *