Maand: augustus 2019

Wie is Nancy Moorman?

Zakelijk

Nancy Moorman Contentmaker met inhoud - Den Haag - portret

‘En wat doe jij?’

Als je aan mij vraagt: “En wat doe jij?”, kun je van alles verwachten.

Het meest serieuze antwoord kan zijn: “Ik ga in de schoenen van de lezer staan”, maar kijk ook niet raar op als ik antwoord: “Vervelend!”.

“Zonder in de schoenen van de lezer te gaan staan, weet ik niet wat hem of haar beweegt; kan ik niet leveren wat jij of zij nodig hebben. De sturing van een goede tekst of goede content ligt immers bij de (eind)gebruiker, de lezer en zeker níet bij de aanbieder. De eindgebruiker bepaalt, niemand anders. Zelfs ik niet.

Beide antwoorden die je wellicht niet direct verwacht, maar die schoenen vormen wel de basis van wat ik voor jou kan betekenen.

En als ik met ‘vervelend’ antwoord, is het omdat ik de vraag te formeel vind, te leeg, waarschijnlijk slechts voor de vorm gesteld. En dan mag je best even ‘vervelend doen’.

‘Ik leef’

Wellicht is dat een beter antwoord. We vragen te vaak wel naar wat iemand doet, maar niet wat hem of haar beweegt. Dit terwijl we elkaar beter leren kennen als we weten wat ons beweegt, wat ons tegenhoudt en waar we blij van worden. Wellicht omdat we dan zaken herkennen en we ons eerder verbonden voelen.

Zelf hou ik van mensen met een verhaal. Geen succesverhalen, bespaar me die, die vind ik wel op Linkedin. Ik luister wel graag naar verhalen over de dingen die jouw leven zin geven, wat je raakt, waar je mee worstelt, je leerscholen én je geluksmomentjes. Niemand is immers perfect en hoe mooi is dat?

En toegegeven, eigenlijk is elke stap die je maakt naar een betere ik en een mooiere omgeving, hoe klein die ook mag zijn, een succesverhaal! Die hoor echt zo veel liever.

Tot hier

Voor nu even tot hier. Ik heb een doel en er zitten slechts 24 uur in een etmaal. Binnenkort vertel ik je meer, maar voor nu is deze pagina zo prima gevuld.

Mijn levensverhaal, zo ver

Mijn levensverhaal, zo ver

Nancy Moorman Contentmaker met inhoud - Den Haag - portret

Als je al een halve eeuw leeft, is het eigenlijk best eens leuk om je leven uit schrijven. Maar hoe hou je het kort, als iedere dag wel iets moois brengt. Maar goed het is ook geen dagboek. Laat ik mij dan maar beperken tot die zaken die richting aan mijn leven gaven.

Enigskind

4 juni 1967 werd ik geboren. Mijn moeder lag in een kraamkliniek en ik was te groot. Toen ik er eindelijk uit wilde, zaten alle artsen te barbecueën. Het was een tijd zonder mobieltjes en mensen waren in hun vrije tijd nog echt vrij. Geen arts was bereikbaar, maar uiteindelijk lukte het mijn moeder – zij het met de nodige scheuren – om mij eruit te persen. Mijn vader nam de beslissing: dit nooit weer! En dus bleef ik enigskind.

Mijn vader

Mijn vader (geboren in 1939 te Erica) was een harde werker die had geleerd goed voor zijn gezin te zorgen. Daar lag dan ook zijn prioriteit. Hij was etaleur en maakte veel overuren. Met verdiende geld kon hij voor zijn gezin zorgen en sparen voor een koopwoning. In die tijd was het voor jonge stellen immers niet zo makkelijk als nu om aan een (huur)woning te komen. Mijn ouders huurden de eerste jaren dan ook de etage onder de woning van de eigenaar van het pand.

Mijn moeder

Mijn moeder (geboren in 1945 te Delft) was eigenlijk nog veel te jong voor haar verantwoordelijkheden van dat moment. Totaal onvoorbereid moesten mijn ouders trouwen omdat mijn ma zwanger was. Mijn opa en oma waren op zijn zachtst gezegd ‘not amused’, ook omdat ze mijn pa niet zagen zitten. Die rebel uit Drenthe was niet goed genoeg voor hun dochter. En wat moesten de buren er wel niet van denken? Als ik aan mijn oma terug denk, denk ik altijd misses Bucket, “No, it’s Bouquet”, uit Schone Schijn.

Ma aan de drank

Doordat mijn vader zo hard en veel voor ons werkte, zat mijn moeder te veel alleen. Proper als ze was, trok ze de vlooien van de katten van de bovenburen slecht en begon uiteindelijk haar heil in de drank te zoeken. Dit heeft ze volgehouden tot mijn tiende. Achteraf, mist ze toch flarden uit deze tijd. Zonde, maar ze heeft sindsdien geen druppel meer gedronken en was jaren lid van de AA. Daar heeft ze op haar beurt weer anderen geholpen met stoppen en blijven stoppen tot het moment daar was om het stokje over te dragen.

Snel afgeleid

Thuis was het ondanks alles toch altijd veilig en kreeg ik ruim voldoende aandacht en liefde. Op mijn zesde verhuisden we naar Voorburg en ik herinner mij dat ik toen mijn eerste echte fiets van mijn andere oma kreeg, een oranje vouwfiets. In Voorburg ging ik naar de basisschool en op de eerste ouderavond kregen mijn ouders al te horen dat ik snel afgeleid was. 

“Als er een speld achterin de klas valt, zit Nancy achterstevoren.”

Een doener

Al in die tijd was het voor mijn ouders overduidelijk dat ik graag tekende en met mijn handen bezig was. Mijn vader noemde mij een ‘doener’. Ik tekende veel en bij de houtwinkel op de hoek vroeg ik restjes hout waarvan ik allerlei meubeltjes voor mijn Barbies maakte. Buitenspelen boeide mij minder. Rijtjes leren ook niet. Je wilt niet weten hoe vaak mijn moeder mij hielp ze erin te stampen.

De kans die pa niet kreeg

Voor mijn vader was het duidelijk dat ik de opleiding mocht doen, die hij van zijn ouders niet mocht doen. Mijn vader heeft de etaleursopleiding pas gedaan toen hij in Den Haag op kamers woonde en weg was uit het ouderlijk huis. Zijn dochter gunde hij die kansen en mogelijkheden die hij niet kreeg. Nu is een creatieve opleiding eerder regel dan uitzondering, maar nu ik achteraf terugkijk, was ik één van de weinigen die niet de naar meao of andere kantooropleiding ging. Dat valt later pas op.

De escalatie

In de vierde klas van de lagere school, ging het thuis fout. Het was oktober, ma had een delirium en pa wist het ook niet meer. Hij belde mijn opa en oma, die zich over mijn moeder ontfermden, en bracht mij naar Drenthe. Mijn ouders gingen scheiden.

Drenthe en Delft

In Drenthe woonde ik bij mijn oom, tante en twee neefjes. Opeens was ik onderdeel van groter gezin en keken veel naar de Duuts (de Duitse tv). In febrauri deed de rechter uitspraak en moest ik naar mijn moeder in Delft. 

Ik weet nog dat ik die avond telkens een liedje floot. Mijn tante vroeg of ik blij was dat ik naar mijn moeder ging. Ik keek haar verrast aan, en dacht: doet het ertoe wat ik vind dan? Het is toch wat het is? Ik antwoordde iets van dat ik het niet wist.

De situatie accepteren

Jaren later werd het mij duidelijk dat deze reactie – die je misschien raar in de oren klinkt – mijn manier van leven is. Als ik de situatie kan accepteren, kan ik er weer het beste van maken. Deze basishouding helpt mij keer op keer. Het is geen houding die ik mij aanmeet, maar het komt van binnenuit. Misschien in mijn jeugd wel eigen gemaakt, of het is gewoon mijn aard. 
Die houding ga je later pas inzien, toen nog lang niet. Ik dacht er toen echt niet over na, daarom overviel mijn tante mij ook met deze vraag.

De scheiding ging niet door

Met mijn moeder woonde ik tot einde schooljaar bij opa en oma in Delft. Mijn vader miste mij vreselijk. Nu moest je in die tijd voor je officieel gescheiden was, sowieso negen maanden wachten op goedkeuring van de rechter en dus voor je de papieren mocht tekenen. Eindelijk was het zover. 

Mijn ouders besloten niet te tekenen en het nog een keer te proberen. Ik snapte er niet veel van, maar had natuurlijk geen bezwaar.

Weer bij elkaar

Ma en ik verhuisden terug naar Voorburg en we gingen op vakantie naar Roemenië. Dat was last-minute nog wel te boeken. Ik vond het een bijzondere vakantie, pa en ma ook. Al die mensen die niets mochten en overal mannen in uniform met geweren. De mensen hadden niet veel en dus gaven we veel dingen stiekem weg. Heel spannend allemaal.

Dan maar naar de mavo

De vijfde en zesde klas deed ik weer in Voorburg. We kregen de citotoets en ik werd mavo+ getest. Met mavo+ had je een kans dat je na de brugklas toch naar de have kon. Mijn ouders kregen het advies om voor mij te kiezen voor een school met alleen mavo. Ik zou verzuipen op een lyceum. Vond het maar raar, maar ja.

Samen rijtjes stampen

Op de mavo deed ik het erg goed. Samen met een vriendin stonden we jaren gemiddeld een acht. Nog steeds wilde ik naar de havo, daar leken toch leukere mensen op te zitten. Het gras is immers elders altijd groener.

Strafwerk

Ik maakte mijn huiswerk, want ik kreeg voor mijn geklets als genoeg strafwerk. Mijn moeder hielp mij de eerste jaren nog steeds met rijtjes leren en overhoorde andere lessen die mij te theoretisch waren. 

Heel veel aantekeningen maken

Als ik moest leren, moest ik aantekeningen maken. Anders kon ik mij niet concentreren en bleef niets hangen. Zo krabbelde ik hele boeken over, hoofd- én bijzaken. Pas later snap je dat dit allemaal bij je creatieve aanleg hoort. Dan is het opeens overduidelijk.

Handenarbeid als examenvak

Tijdens mijn tijd op de mavo werden handenarbeid en tekenen goedgekeurd als examenvakken op de mavo en havo (vwo weet ik niet). Ik wilde al jaren fotojournalist worden en dus naar de fotovakschool. 

Ik moest examen doen in zes vakken, waarvan je er vier zelf mocht kiezen. Engels en Nederlands waren verplicht, natuur- en wiskunde had ik nodig voor de fotovakschool en Frans leek me wel interessant omdat ik dat niet al – net als Duits – op vakanties had leren spreken. Er bleeft nog één examenvak over en ik koos handenarbeid.

Fotovakschool

In het examenjaar ging ik met mijn ouders naar de open-dag van de fotovakschool. Tot mijn grote ontsteltenis besloten mijn ouders dat ik nog veel te jong was voor deze zware opleiding. Ik was net zestien en iedereen leek boven twintig. Ik zou alle opbouwende kritiek niet aankunnen.

Tja, wat doe je dan? Je dochter is leerplichtig en op haar zestiende al gaan werken, belooft in de regel niet veel goed. Dan toch maar naar de havo en ondertussen wordt ze vanzelf ouder. 

Na de havo mocht ik er waarschijnlijk wel heen, maar gemotiveerd was ik niet op de havo. Het benodigde diploma voor de fotovakschool had ik immers al op zak. In plaats van handenarbeid als examenvak kon ik op de havo in Den Haag tekenen kiezen. Kunstgeschiedenis kreeg je er gratis bij. 

Een tekenopleiding?

Na een half jaar was het duidelijk, dit werd hem echt niet. Wat nu? Ik zat bij de schooldecaan en die opperde de opleiding tot werktekenaar op de grafische school. Ik had geen idee wat het woord grafisch, laat staan werktekenaar, inhield. De man wees op de landkaart aan de muur en zei: “Je leert dat soort dingen tekenen.”

Toelatingsexamen

Ik wist niet wat ik van landkaarten tekenen moest denken, maar wilde het toch een kans geven. Een paar weken later was de toelatingsexamen. Het leek wel of iedereen om mij heen veel mooiere tekeningen in hun map hadden dan ik. Véél professioneler dan mijn tekeningen. Ik had volgens mij niet eens een map. 

Geen idee hoe dat uit ging pakken, maar uiteindelijk kreeg ik een brief met de mededeling dat ik was toegelaten. Wow!

Het jaar maakte ik keurig af en mijn cijfers schoten omhoog. Bijzonder hoe zoiets werkt. Toch stond mijn besluit vast. Antieke boeken lezen, serieus? Waarom? 

Met Interrail naar Griekenland

Die zomer ging ik voor het eerst zonder mijn ouders op vakantie. Met een groepje van vijf jongens en drie meiden vertrokken we met de trein naar Griekenland. 

Eigenlijk kende ik al die mensen amper. Twee jongens zaten bij mij in 4 havo, maar daar was ook alles mee gezegd. Ik was gewoon welkom in de groep en met de meiden had ik een goede klik. We werden echte vriendinnen. Het was mijn eerste Interrail, inclusief rugzak en alles wat erbij hoorde.

Grafische school

Op de grafische school had ik het prima naar mijn zin. Deze keuze paste bij mij en opeens vond ik ‘foutloos’ schrijven interessant. Daarvoor boeide het mij totaal niet, nu opeens wel. Was het de leeftijd? 

Vier jaar heen en weer naar Rotterdam, leuke klasgenoten, veel leuker dan op de mavo én gevarieerde lessen. Theorie- en praktijklessen wisselden elkaar continu af. Zomer 1987, had ik op mijn eenentwintigste mijn diploma op zak. Ik was klaar voor een nieuwe episode. 

Depressieve vader

Mijn vader was ondertussen overspannen en depressief, en niet zo’n beetje ook. Nare toestanden op zijn werk vormden de druppel in de bekende emmer. Ik was te jong om het goed te begrijpen en te reageren met de kennis van nu.

Op eigen benen

Ik herinner me dat mijn vader en ik hierdoor het laatste jaar van mijn opleiding alleen maar botsten. Het werd hoog tijd om op eigen benen te staan. Ik wilde het huis uit en het liefst nooit meer terug. 

Het idee om een jaartje door Zuid-Europa te trekken en te gaan werken liet ik los. Het idee dat je daarna weer een tijdje thuis moest wonen, stond mij niet aan. 

Naar Kopenhagen

Tijden mijn opleiding was ik al drie keer in Kopenhagen geweest en vond het er te gek. Leuke mensen en de mentaliteit verschilde niet veel van die van de Nederlanders. Het voelde erg open, creatief, ‘ruimdenkend’ (alhoewel ik met dat laatste woord niet veel kan) en eigenlijk een beetje Amsterdams. 

In die tijd was Kopenhagen één van de koplopers op het gebied van reclame en grafische vormgeving, mijn vakgebied dus. Mijn plannen om daar uiteindelijk te wonen en werken liet ik nog niet los.

Eerste echte baan

Met mijn diploma nog niet in mijn handen, vond ik al een baan, maar eerst nog even op vakantie. Eenmaal terug kon ik voor een half jaar een zolderétage in de Haagse Archipelbuurt huren. Met een vriendin aan de overkant en eentje onder mij had ik het daar prima naar mijn zin. 

Ondertussen hadden mijn ouders om de hoek een huisje gekocht. Eigenlijk bedoeld voor mijn vader om tot zichzelf te komen, als belegging en misschien voor hun oude dag. Uiteindelijk mocht ik er wonen en trok er met Oud en Nieuw in.

Voor mijn dertigste

Maar voor het zover was, wisselde ik in december van werkgever. Die baan was leuker dan de vorige, en bovendien werd ik gevraagd. Om in Kopenhagen te gaan werken, begon ik na de zomer aan een cursus Deens.

In die tijd was ik vastberaden tot mijn dertigste vrijgezel te blijven. Op mijn dertigste moest ik alles op orde hebben, daarna was je overal te oud voor. Voor je dertigste moest je de baan hebben waar je tot je pensioen bleef en samenwonen met de man waar je de rest van je leven mee wilde delen. Ambities om te trouwen heb ik nooit gehad.

1989, de house

Die zomer (1989) begon ook de ‘house’ goed door te breken. Ik was altijd al op zoek naar nieuwe muziek, hield van dansen en vond deze muziek dan ook echt te gek. Ik was nieuwsgierig naar alles eromheen en in oktober dat jaar werd ik door een vriendin ingewijd. We dansten tot de schoonmakers kwamen en ik was als een vis in het water. Dit waren – net als op school – toch meer mijn soort mensen. Creatief en ‘ruimdenkend’ (daar is dat woord weer!), heerlijk.

Mijn eerste ontslag

Ondertussen boterde het allang niet meer tussen mijn werkgever en mij. Ik denk dat mijn hoofd boekdelen sprak als ik op mijn fietsje de föhn naar zijn boot moest brengen en zo waren er wel meer momenten die niet strookten met mijn werk. Mijn contract werd gelukkig niet verlengd en toen hij iets heel lelijks over mijn vader zij, zette ik hem op zijn plek. De dag erop stond ik op non-actief.

Nieuwe baan

Door een ludieke open-sollicitatieactie, noem het een direct-marketingactie, werd ik uitgenodigd bij twee van de reclamebureaus waar ik mij op richtte. De gesprekken gingen goed, ik koos van de leukste en 1 december begon ik alweer bij mijn nieuwe werkgever. Vijf dagen nadat ik een hele leuke man leerde kennen.

Verliefd

Het was de laatste zaterdagavond van november toen ik al housende een leuke vrolijke krullenbol ontmoette. Hij heette Ronald. Dit werd de man waar ik uiteindelijk bijna negenentwintig jaar mee mocht doorbrengen. Ronald had genoeg gefeest en trapte op mijn rem. Het moest zo zijn. 

Voor deze man liet ik mijn Kopenhagen-plannen los. Hij wilde niet naar het buitenland en tot je dertigste vrijgezel blijven is ook niet makkelijk als je zo graag samen bent. Mijn plannen bijstellen vond ik geen probleem, ik kreeg er meer dan genoeg voor in de plaats. Mijn cursus liet ik varen. De groep en de lerares vond ik toch al helemaal niets. Dat geouwehoer over caravans en weet ik veel wat al niet meer. Hallo, ik zit hier om een taal te leren.

De eerste Mac

Bij deze werkgever had ik het prima naar mijn zin en bleef daar bijna tien jaar. In de eerste jaren werd de eerste Apple Macintosh aangeschaft en mocht ik menig loos uurtje besteden aan het verkennen van de programma’s. Mijn ouders hadden al een paar jaar een Mac via een PC-privéproject, dus ik had al enige ervaring met zo’n computer.

Overgang naar digitaal

Ik leerde mijzelf dtp’en door advertenties uit magazines exact na te maken. Later toen we voor een specifieke klant de advertenties op de Mac moesten opmaken, werd ik diegene die die advertenties moest maken. 

Uiteindelijk heb ik de hele overgang van handwerk naar digitaal begeleid en achteraf realiseerde ik mij pas hoe waanzinnig gaaf dit eigenlijk is. Uiteindelijk was ik toch één van de pioniers.

Naar aerobics

Ondertussen waren we met een clubje van het werk tussen de middag gaan aerobiccen en werd ik laaiend enthousiast. Twee keer tussen de middag werd vier keer totaal. Na het werk ging ik ook en pakte soms wel twee uur. Onze lerares ging met zwangerschapsverlof en ik wilde dolgraag haar vervanger zijn. De nieuwe leraar coachte mij naar een opleiding en zorgde dat ik op een andere sportschool mocht invallen.

Gezeik of complimentjes

Van het één kwam het ander. Als snel kreeg ik mijn eigen lessen en ging ik op het reclamebureau een dag minder werken. Wat later gaf ik vier avonden en een ochtend in het weekend les. Ondanks alle positieve dingen op mijn gewone werk, hoorde je daar toch vooral wat niet goed ging. Complimentjes werden zelden gegeven, hoorde je niets dan was het goed. Na zo’n aerobicsles kwamen mensen je vaak complimentjes geven en bedanken. Wel even wat anders. De sfeer was eigenlijk altijd goed.

Mijn eigen aerobicsstudio

Zoals alles wat ik doe, was ik ook goed in aerobics en werd steeds beter. Mijn lat lag hoog en ik deed diverse aanvullende opleidingen. En toen ‘moest en zou ik’ mijn eigen schooltje openen. Dat gebeurde in mei 1997.

Een beetje ondernemer begrijpt direct dat je niet vlak voor de zomer een aerobicsstudio moet overnemen. Zeker niet eentje die al geen winst maakt, maar als ik iets in mijn kop heb… 

Baarmoederhalskanker

Twee maanden later hoorde ik dat ik baarmoederhalskanker had en werd met spoed geöpereerd. Omdat de chirurg met vakantie ging, kreeg ik binnen enkele dagen al te horen dat het niet uitgezaaid was. Ik hoefde hierop niet lang te wachten, hoefde niet bestraald, geen chemo en iedereen kon weer rustig ademhalen.

The show must go on

Terug naar mijn aerobicsstudio want met mij uit de running ging, werd het een hele dure zomer. Je kunt immers niet de deuren zomaar sluiten en hopen dat de leden blijven. The show must go on. 

Gelukkig stond Ronald, een vriendin, schoonouders en een clubje trouwe en lieve leraressen voor mij klaar. De leraressen kostten bij elkaar veel geld, maar alles draaide zonder mij wel door. Het geld was zo snel op.

Financiële problemen

Ronald bestierde nu – naast zijn toch al zware werk – de studio en hield mij op de hoogte. Terwijl ik nog in ziekenhuis lag, zag ik de financiële problemen groeien. Ook toen ik weer les gaf, werd het niet beter. Het gat was te groot en het ledenaantal groeide te langzaam.

Terwijl Ronald na zijn werk de receptie en bar draaide, deed ik alles wat je je maar kon bedenken om leden te werven en te behouden. Wat bij anderen slaagde, mislukte bij ons. Zelfs het inhuren van dezelfde docenten voor dezelfde lessen hielp niet. De smet op de locatie die de vorige eigenaresse had nagelaten, was niet meer weg te poetsen.

Ontslag

Ondertussen werd ik ontslagen. Alweer. Wel tien jaar na datum. Maar toch. Achteraf was het een godsgeschenk, op het moment zelf doet het pijn. Jaren later, wanneer je vergelijkingsmateriaal hebt, zie je hoe slecht de sfeer er eigenlijk was. 

Ik kwam daar op mijn tweeëntwintigste binnen, werd er een soort van volwassen, maar wist ook niet beter dan dat hoe het daar ging het overal ging. Nee, dus. Uiteindelijk moest ik of 4 anderen eruit, je snapt dat ik moest gaan. Dingen klopten niet, later werd het mij steeds duidelijker. 

Geen mee-prater, dus geen grip

“Jij bent geen mee-prater, mensen krijgen geen grip op jou en voor sommige types word je dan onuitstaanbaar. Het is dan wel meer hun probleem dan de jouwe, maar in dit geval ben jij wel mooi de lul.” Zo werd het mij uitgelegd. Ik moest er even over nadenken en werd eigenlijk alleen maar blijer met mijzelf. Met de gouden handdruk hebben we de aerobicsstudio nog een tijdje overeind kunnen houden.

Het was klaar

Ronald stond altijd voor mij klaar voor, hopende dat er ooit geld zou komen voor personeel om het van hem over te nemen. Tweeënhalf jaar hebben we geknokt, alles op alles gezet, maar toen was het klaar. 

De huizenprijzen waren op dat moment abnormaal hoog, dus het pand konden we met een leuke winst verkopen. We bleven achter met een kleine lening en een relatie die niet veel meer voorstelde. De studio had Ronald leeggezogen qua energie, de rek was er bijna uit en ik vond dat Ronald te weinig tijd aan mij besteedde. En dat liet ik soms duidelijk weten.

Een nieuw leven en terug naar mijn oude vak

De aerobicsstudio ging dicht, een nieuwe millennium begon en wij moesten ook zelf verhuizen. We leenden wat extra geld voor de verhuizing en ik vond weer een baan in mijn oude vakgebied. Je roots verloochen je niet.

Daarnaast gaf ik wat uurtjes les bij vrienden. Ik dacht dat ik lesgeven nog leuk vond, maar na een paar maanden zag ik in hoezeer het mij tegen was gaan staan.

Uit elkaar

Onze relatie strandde, ik leende nog meer geld en verhuisde nog een keer. Dit keer met al mijn hobby’s naar een zolderétage. Achteraf zie je pas hoe je dan zelf de ander hebt leeggezogen, maar het kwaad was al geschied.

Niet compleet

Omdat we geen broers en zussen hadden en al ruim tien jaar lief en leed hadden gedeeld, wilden we graag vrienden blijven. We voelden ons toch al broer en zus, dus waarom niet? 

Na een paar maanden gebeurde er iets waardoor alle contact verbroken werd. Dat deed pijn! Het leek wel of ik een arm of een been miste. Later hoorde ik de uitspraak: je niet meer compleet voelen zonder de ander. En dacht: ja, natuurlijk, dat was dat gevoel.

We gingen het weer proberen

Nu deelden we nog onze wasmachine en de auto en zo moest Ronald mij wel van Schiphol ophalen. We gingen spontaan samen een hapje te eten en hadden een heel fijn gesprek. We besloten het weer te proberen. 

De valkuilen bleven

En zo waren we na een maand of vier we bij elkaar. Onze relatie veranderde, wij deden ons best niet weer in dezelfde valkuilen te belanden. Dat lukte niet altijd, je bent toch wie je bent. Twee einzelgängers die niet zonder elkaar konden of wilden. Alleen nu deden we wel echt ons best, namen onze relatie niet meer ‘for granted’ als in de eerste jaren. Die valkuilen, die kregen ons niet meer klein.

Problemen met de belastingdienst

Eenmaal weer bij elkaar kwam de belastingdienst langs om de stukken te sluiten, dertien maanden na de sluiting. De man zat de hele dag aan de woonkamertafel. Ik zette thee en deed ondertussen mijn ding. 

Einde middag was de man klaar en deelde mij mee dat al het geld dat wij ooit van hen hadden gehad, weer terug moest geven. Ik had nooit winst gemaakt en in hun optiek dus nooit een zaak gehad.

Een ton schuld

Ik wist echt niet wat me overkwam. De man sprak denk ik over 80.000 gulden. Telde ik daar de lening bij, dan sprak je over een ton. Hoe ging ik dit ooit afbetalen?

Aanvechten of niet?

Man weg. Ik snel de boekhouder bellen. Die vertelde mij dat we het aan konden vechten en hoe dat werkte. Ik vertelde dit alles aan Ronald en samen besloten we dat we het aan zouden vechten. 

Vijftien maanden

Het duurde even voor we een brief kregen en onze boekhouder ons protest kon indienen. Een lange tijd hoorden we niets, totaal vijftien maanden, geteld vanaf het bezoek tot de brief. De brief waarin stond dat we gelijk hadden.

Vijftien maanden van niet de brievenbus durven openen, niet ingaan op het aanbod ons huurhuis te kopen, niet weten of je nou wel of niet moet sparen, een nieuwe auto wel verstandig is, et cetera, et cetera. Ze lagen achter ons.

Wat waren we opgelucht. Nu konden we echt verder. De donkere wolk die maar boven ons hoofd bleef hangen was vertrokken. Ik weet nog dat ik huilend mijn moeder belde. Eén ding stond vast: 

Ik ging nooit meer iets voor mijzelf beginnen.

Fascinatie voor tekst

Mijn werkgever was ondertussen failliet en ik werkte nu bij één van de grootste  bureaus voor grafische vormgeving van Nederland. Als dtp’er werd ik daar nog beter. Jammer, dat deze werkgever er nogal eigenaardige trekjes op nahield. Zo gauw als de economische dip was opgetrokken, wat zo’n vijf jaar duurde, was ik weg.

Wel werd ik in die tijd weer gefascineerd door tekst en sprak mijn manager mij daar ook op aan. We maakten samen toekomstplannen, waar we ook mee startten. Bij de volgende werkgever, gelukkig weer een reclamebureau met leven in de brouwerij, mocht ik daar ook steeds meer mee aan de slag.

Jobhoppen

Bij dat reclamebureau bleef ik bijna iets van drie jaar, want nu miste ik weer de perfectie van de bureaus voor grafische vormgeving. De grote klussen als huisstijlhandboeken en jaarverslagen. 

Ik switchte weer, dit keer naar een gerenomeerd Haags ontwerpbureau. De eerste dag, nee, de eerste vijf minuten had ik al spijt. Was dit het nou? 

Godzijdank sprak ik die week een oude vriend die mij vertelde dat ze bij hem in Amsterdam iemand zoals mij zochten. Ik solliciteerde, het klikte en dus was ik na twee weken alweer weg en werkte ik opeens in Amsterdam.

Begin van de recessie

Met de trein reisde ik nu heen en weer naar Amsterdam. Ik las veel in de trein en had er in het begin geen problemen mee. Privé ging alles ook lekker. Op vakantie zagen we op de Spaanse tv dat er iets toch wel iets essentieels gebeurde. Mijn ouders lieten weten dat de recessie was begonnen. Nog niet in Nederland, maar daar werd wel een bank gered. Of een poging tot.

Vrijwilliger in ontslagronde

Terug op het werk, merkte je de impact van deze wereldwijde ‘crisis’. Wij werkten namelijk voor een flink aantal internationale luchtvaartmaatschappijen. Noem maar een naam en het was onze klant. De geldkranen gingen overal dicht en bij ons vielen veel ontslagen. 

Mijn groei werd hiermee bevroren en mijn werkzaamheden werden een soort herhaling van wat ik al kende. De uitdaging was eruit en het reizen begon me tegen te staan. Ik wilde weg. Ik moest weg. Tijdens de volgende ontslagronde meldde ik mij als vrijwilliger en en niet veel later bij het uwv.

Manager, en anders niet

Wat viel het tegen toen ik toen opeens geen nieuwe baan kon vinden. Met mijn cv! Ik had altijd geluk, maar nu ik de veertig was gepasseerd en weigerde ‘manager’ te worden, lagen de kaarten opeens toch echt anders. 

Op die leeftijd moet je gewoon manager zijn. En aangezien ik in mijn vakgebied vooral slechte managers kende, vaak meewerkend voorman of de bureau-eigenaar zelfs, weigerde ik pertinent om in hun voetsporen te treden.

Vader offline

In die periode kreeg mijn vader zijn tweede hartfalen. De eerste was vier jaar daarvoor en daar was hij net mentaal ook weer een beetje bovenop. Sowieso is hij nooit helemaal zijn depressie van toen te boven gekomen, maar het ging toch best lekker. 

Zijn tweede hartfalen had meer impact. Eigenlijk was zijn hart al te lang gestopt, maar de mensen van de ambulance zijn verplicht te reanimeren. Zeker als je nog steeds je papieren niet in orde hebt.

Pa werd naar het LUMC gebracht, een paar dagen gekoeld en in coma gehouden. Toen hij bijkwam werd de schade duidelijk. Een deel van zijn hersenen had te lang geen zuurstof gehad en stierf langzaam af. Ma had hoop, ik zag het somber voor haar in. 

Zes weken later verhuisde pa naar een centrum of huis voor mensen met niet-aangeboren hersenafwijkingen. Daar kreeg hij werkelijk alle zorg die hij nodig had. Ma en ik hebben nog steeds een goed gevoel als we aan de lieve medewerkers denken.

Mijn vader was zich niet meer bewust in welke tijd hij leefde en was in staat om te reizen in de verleden tijd. Vaak herkende hij mij niet, maar gelukkig dacht hij steeds weer dat hij op vakantie was. Een ander bed en een vreemde omgeving, dát was vakantie. Het was fijn om hem te laten vertellen over wat hij had gedaan de afgelopen dagen ‘op vakantie’. Verhalen over skitochten en wandelingen volgden. Ik vroeg daar dan ook ieder bezoek naar. 

Na een maand twintig overleed pa. Zijn hart was écht op.

Aan de studie

Ondertussen vulde ik mijn overvloed aan vrije tijd met mijn hobby’s als muziek en fotografie en met bijscholingen. Ik deed marketing-communicatie en een andere cursus copywriting dan twintig jaar eerder. Nu aan de Hogeschool Utrecht en dit keer inclusief webtekst. Daar was het mij ook eigenlijk om te doen. 

Meelifters

Na een jaar thuis vond ik het welletjes, maar wat nu? Misschien toch maar weer voor mijzelf beginnen? En ik had mij nog wel zo voorgenomen dat nooit meer te doen. Maar goed je moet wat en die uitkering is niet voor eeuwig.

Ik verkende meerdere plannen. Deed een poging om er eentje serieus van de grond te tillen, maar mijn partners bleken vooral meelifters. Mijn eerste grote les had ik hiermee geleerd en was aangewezen op wat ik zelf en alleen kon. Ondanks dat ik er een hard hoofd in had (vraag en aanbod klopten niet), moest ik met mijn eigen skills aan de slag. Ik ging ervoor.

Vormgeving en webtekst

Begin 2011 startte ik vanuit huis Nulduizend, mijn eigen bureau voor vormgeving en webteksten. Ik tekende voor een unit in een nog te openen verzamelpand. Dat leek ideaal, je had aanspraak, kon samenwerken en elkaars netwerk delen. 

Ondertussen zorgde ik voor de nodige publiciteit en netwerkte mij een hoedje. Toen het pand openging en we de units mochten betrekken, was het Ronald die mij hielp met het nodige timmerwerk. Ik kreeg een mooi en efficiënt studiootje met prachtig uitzicht. Dank je wel schat.

Ik gaf mij gewonnen

Mijn enthousiasme was niet te stoppen en deed alles om aan nieuwe klanten te komen, noem het en ik heb het geprobeerd. En toch kwam het niet goed van de grond. De branche had zichzelf de das om gedaan, de juiste klanten kwamen zelden op mijn pad en mijn bloed ging niet sneller stromen als men mij vroeg een logo te maken. Liever bouwde ik mee aan een merk. 

Het was mei 2014, vlak na onze vakantie, dat ik merkte hoezeer het aan mij vrat. Na drie jaar gaf ik mij gewonnen en zei de huur op. Maar wat nu?

Te specifieke ervaring

Een antwoord op die vraag kwam maar niet. De recessie kwam maar op z’n einde. Detacheringsbureaus hadden genoeg mensen om uit te kiezen en zaten niet te wachten op iemand met specifieke ervaring als de mijne. En waarom zouden ze mij inzetten voor andersoortige klussen waar ze mensen met meer ervaring in overvloed voor hadden?

Kleine financiële basis

Begin 2015 werd ik benaderd door een partij om voor hun de content te verzorgen. Acht uur per week, maar zo had ik in ieder geval een financiële basis. Het klikte en ik ging aan de slag. Wat ik verder ging doen? Ik wist het niet. 

Het antwoord kwam ook nog steeds niet. Gelukkig werkte ik ook nog voor wat oude leuke klanten en hield zo mijn hoofd nog net boven water.

Ronald ziek

In mei dat jaar bleek Ronald ernstig ziek. Uitgezaaide darmkanker met een gezwel in zijn darmen van maar liefst negen centimeter. De grond werd onder ons weggetrokken. Ging ik nu de man verliezen waar ik zo enorm veel van hield? De man die in november na vijfentwintig jaar zei, zo wil ik er nog wel vijfentwintig? 

Ronald hield zich groot en ik ging een paar dagen stuk. Dat een van ons geen leuk einde zou krijgen, dat weet je van de statistieken, maar nu al? Die had ik niet zien aankomen. Een paar dagen later voelde ik mij energie weer terugkomen, dat was toen we het behandelplan te horen kregen. Er was hoop!

Ruim drie jaar van ziek zijn, kuren, hoop en tegenslagen volgden. Het is nogal een verhaal, ik hield een blog blij en stelde daarmee familie, vrienden en kennissen steeds weer op de hoogte. Het verhaal skip ik verder, ondanks dat het toch ook mijn verhaal is. Niemand die een relatie heeft, zou alleen ziek moeten zijn.

Nozem

En toen opeens was Nozem er. Nozem is een vreselijk lieve hond die najaar 2017 van Griekenland naar Nederland is gebracht. Het werd onze hond, want wij betalen zijn eten. Echt zo’n leuk en superlief dier, maar ook zo bang en wellicht getraumatiseerd. 

Opeens had ik moedergevoelens, nobody touches my dog! En ik werd tot over mij oren verliefd op dit heerlijke jong. En zoals je zo vaak hoort, je hond opvoeden en trainen is vooral jezelf opvoeden en trainen. Maar man wat ben ik onwijs blij met die kleine.

Weer alleen

Goed, ruim drie jaar kregen wij het dus eigenlijk flink voor onze kiezen en uiteindelijk eindigde het leven van Ronald medio augustus 2018. Vandaag één jaar en vijf dagen geleden. Langer was hem niet gegund, mij wel. Dus daar sta je dan na negenentwintig jaar zonder je maatje.

Daar sta je dan in je nieuwe leventje. Nieuwe zorgen, een nieuwe rust, maar ook weer de vrijheid waarin ik mij onder mocht dompelen. Ik maakte een megafootprint want ik ging maar liefst acht keer op vakantie. De helft hiervan ging ik alleen. Dat was nieuw voor mij, maar het bevalt me prima. 

Ik knapte mijn huisje op, iets met achterstallig onderhoud, en had het zo het eerste jaar prima naar mijn zin. Dit in tegenstelling tot waar ik juist zo bang voor was, het grote gat. Maar:

Als je kunt accepteren wat je overkomt én kunt accepteren dat je er totaal geen grip hebt, dan kun je je aandacht richten op alles wat er wel is.

Tenminste, als je rugzak niet gevuld is met te traumatische shit. En heb je wel grip, buig die shit dan in de goede richting. Dat is je plicht, voor jezelf en voor iedereen die van jou houdt en waarvan jij houdt.

Focus op de toekomst

Ondertussen probeerde ik mij ook weer op mijn toekomst te focussen. Iets wat ik erg moeilijk vond doordat ik sowieso altijd al iemand was die in het nu leefde en dat in de afgelopen jaren alleen maar sterker is geworden. Het was toch ook een soort vrijheid die ik niet los kan of wil laten.

Toch moet ik aan de bak, het geld is op, maar wat wil ik? Nozem is mij zo onwijs dierbaar, kan nog steeds niet alleen blijven (mea culpa) en voor hem een geschikte oppas vinden is bijzonder lastig. 

Ik moet en wil iets doen waarmee ik vanuit huis een belegde boterham kan verdienen. Ik blijf dan ook voorlopig zelfstandig ondernemer. Ik geef het nog één kans.

Ik weet wat ik kan

Natuurlijk weet ik dondersgoed wat ik kan en heb ideeën wat ik wil gaan doen. Ik weet waarmee ik anderen kan helpen. Nu nog zorgen dat de mensen die ik kan helpen, weten dat ik hun kan helpen met hun content, met hun online zichtbaarheid en uiteindelijk meer klanten. 

Niets te klagen

Als ik zo nou eens een leuke klantenkring opbouw, dan heb ik helemaal niets meer te klagen. Sowieso ga ik niet klagen, ik heb bijna negenentwintig jaar met de liefste man van de wereld door mogen brengen en ik sta nog steeds. Hier en nu.

Wordt vervolgd.